Behalve de EVLT®-methode, zijn er andere manieren om spataderen te behandelen. Op deze pagina maken we een onderscheid tussen niet-operatieve en operatieve behandelingen.

Niet-operatieve behandelingen

Steunkousen

Hierbij wordt door middel van uitwendige druk (verband of elastische kous) het ‘teruglekken’ van het bloed zoveel mogelijk tegengegaan.

Het wegspuiten van spataderen (sclerotherapie)

Door het inspuiten van een bepaalde vloeistof in de spatader, die vervolgens wordt afgedrukt met een steunkous of drukverband, komt een reactie in de ader op gang. Deze reactie zorgt ervoor dat de ader dichtplakt. Na verloop van tijd is de spatader veranderd in een litteken en nauwelijks meer te zien. Het lijkt dus of hij is ‘weggespoten’. Het inspuiten van de vloeistof gebeurt met een heel dun naaldje en vaak zijn er meerdere prikjes nodig.

Bij sclerotherapie geeft de ingespoten vloeistof wel ter plaatse in de ader een reactie, maar zijn er verder weinig bijwerkingen voor de rest van het lichaam. Een hoogst enkele keer komt er wel eens een overgevoeligheidsreactie voor. Sclerotherapie kan soms een bruine verkleuring van de huid geven. Deze trekt niet altijd weg. Het komt wel eens voor dat de injectievloeistof naast het bloedvat terecht komt. Het is dan mogelijk dat de huid ter plaatse stuk gaat. Een ander bijkomend verschijnsel is dat eenmalige sclerotherapie vaak niet voldoende is en dat de patiënt een aantal keren moet terugkomen voor verdere behandeling.

Operatieve behandelingen

Plaatselijk onderbinden

Wanneer de klep in de lies of knieholte lek is, kan met een kleine snede in de lies of in de knieholte de verbinding van de oppervlakkige ader met de grote beenader worden opgeheven. Ook andere zijverbindingen met de oppervlakkige ader worden dan opgeheven. Deze ingreep kan vaak onder plaatselijke verdoving worden uitgevoerd. Aansluitend (of later poliklinisch) worden vervolgens de spataderen op het been weggespoten.

Strippen van spataderen

Wanneer er meerdere lekke kleppen zijn in de oppervlakkige ader wordt deze meestal weggehaald. In de lies of knie wordt dezelfde procedure uitgevoerd, zoals hierboven beschreven. Daarna wordt via een kleine snede onder de knie of bij de enkel met een speciaal instrument (de stripper) de ader uit het been verwijderd. In het gebied waar de ader heeft gezeten ontstaat vaak een bloeduitstorting, die in de loop van een aantal weken vanzelf wegtrekt. Bij uitgebreide spatadervorming kunnen tijdens dezelfde ingreep de overige uitgezette zijaderen via kleine sneetjes onderhuids verwijderd worden. Eventuele restanten kunnen later zo nodig ‘weggespoten’ worden.

Risico’s bij behandelingen van spataderen

Geen enkele ingreep is zonder risico’s. Bij een operatieve behandeling van spataderen zijn er de normale risico's op complicaties van een operatie, zoals een nabloeding, wondinfectie en trombose. Het optreden van een bloeduitstorting komt vaak voor. Het kan wat hinderlijk zijn maar het is meestal niet ernstig en het trekt doorgaans in de loop van enkele weken vanzelf weer weg. Echte nabloedingen komen weinig voor. Ook de kans op infectie is niet groot bij het verwijderen van spataderen. Wanneer de ader moet worden weggehaald kan dat een enkele keer gepaard gaan met letsel aan een begeleidende zenuw, die pal naast het bloedvat loopt. Dat kan dan nabij de voet een wat dovig gevoel tot gevolg hebben: soms tijdelijk, soms blijvend.

Na de behandeling

Na een operatieve behandeling en na het wegspuiten van spataderen wordt een drukverband of elastische windsel om het been aangelegd. Dit moet ervoor zorgen dat de vorming van bloeduitstortingen beperkt blijft en dat de spataderen worden dichtgedrukt. Meestal wordt geadviseerd een dergelijk verband of windsel een aantal dagen doorlopend te dragen (ook ’s nachts). Daarna wordt de elastische kous of windsel alleen overdag gedragen gedurende 5 à 6 weken, in tegenstelling tot bij de EVLT®-behandeling, waarbij de patiënt slechts één week dag en nacht een steunkous hoeft te dragen. Daarom is de EVLT®-behandeling ook niet seizoensgebonden is en kunnen patiënten zelfs gemakkelijk in de zomerperiode aan hun spataderen geholpen worden. Veel lopen is goed en dat mag al zo snel mogelijk na de behandeling. Lang staan moet vermeden worden en wanneer u zit is het verstandig de benen hoog te houden. De hechtingen kunnen na ongeveer tien dagen worden verwijderd, afhankelijk van de plaats waar de hechtingen zitten. Een ander bijkomend voordeel van de EVLT®-behandeling is dus ook dat er geen hechtingen geplaatst worden en geen littekens achterblijven.

 

HomeEVLT ®SpataderenEVLT® in beeldEVLT®-behandellocatiesSitemapOver ELVT ®ResultatenVeelgestelde vragenPotentieel patient?Alternatieve behandelingen